04 mei 2022

De indicatoren van duurzame ontwikkeling

Tijdens de commissievergadering van 4 mei 2022 heeft Dieter Vanbesien de minister van economie ondervraagd naar aanleiding van de publicatie van het jaarlijks rapport over de aanvullende welvaartsindicatoren. In dit rapport volgt het Federaal Planbureau de evolutie op van niet-klassieke indicatoren van de ontwikkeling van België. Waar het in traditionele rapporten gaat over bijvoorbeeld de groei van ons bbp, de schuldgraad en inflatie, bundelt dit rapport indicatoren over onze mentale gezondheid, de biodiversiteit, gendergelijkheid, enzovoort.  

Mijn vragen aan de minister

Op 2 februari 2022 publiceerde het Federaal Planbureau (hierna: FPB) haar jaarlijks rapport over de aanvullende welvaartsindicatoren. Deze indicatoren zijn afgestemd op de Sustainable Development Goals (SDG's). Om het rapport samen te vatten: het gaat niet bijster goed met België. Indien de huidige trends aanhouden zullen slechts 16 van de 51 onderzochte indicatoren behaald worden tegen 2030.  Binnen uw domeinen evolueren o.a. de de langdurige arbeidsongeschiktheid, het aantal mensen met een leefloon en het armoederisico niet naar het vooropgestelde doel. Wat betreft de mentale gezondheid is er sprake van een historisch dieptepunt. Tijdens de toelichting van het rapport concludeerde het FPB dat er bijkomende inspanningen nodig zijn om de SDG's te halen, en dat de huidige ontwikkelingen in België fundamenteel onhoudbaar zijn.

Gezien dit rapport heb ik enkele vragen voor u:

  1. Heeft u kennis genomen van dit rapport? Wat is uw reactie op uw resultaten? Hoe zullen deze resultaten uw verdere beleid beïnvloeden?
  2. Het rapport over de duurzame welvaartsindicatoren bieden de mogelijkheid om een grondige, transversale reflectie over het Belgische beleid te houden. Is dit rapport in de regering besproken? 
  3. Gelooft u dat de bijzonder zorgwekkende resultaten van dit rapport, bijvoorbeeld wat betreft het mentaal welzijn en het verlies aan biodiversiteit, een duidelijke reactie vereisen?
  4. Gelooft u dat de zorgwekkende resultaten van het rapport aantonen dat we in het beleid rekening moeten houden met veel meer dan de klassieke economische indicatoren zoals de bbp-groei en de schuldgraad?
  5. Kan u stilstaan bij de manier waarop de resultaten van dit rapport van het FPB gebruikt worden door andere overheidsdiensten om beleidswijzigingen aan te sturen? 
  6. U bent medeverantwoordelijk voor de uitvoering van het Federaal Actieplan voor Economie. In dit plan wordt de uitrol van de circulaire economie omschreven als cruciaal voor het behalen van de SDG's. Daarom zullen er, in samenwerking met FPB, indicatoren ontwikkeld worden om de evoluties in kaart te brengen. Hoe ver staat het met de uitrol van deze indicatoren? Zal u ervoor zorgen dat deze bijkomende indicatoren geïntegreerd worden bij het jaarlijkse rapport van het FPB? Welke stappen zal u ondernemen dat deze meer dan alleen een rapporteringsfunctie dienen, maar ook daadwerkelijk beleidswijzigingen tot stand brengen?

Het antwoord van de minister

Ik heb het rapport inderdaad gelezen en de resultaten tonen effectief een verslechtering aan van een reeks indicatoren. De opeenvolging van de coronacrisismomenten en de inflatie waarmee wij nu worden geconfronteerd, hebben deze situatie helaas nog verergerd. De strijd tegen dit probleem is essentieel voor mij. Wij hebben bijvoorbeeld al een reeks maatregelen getroffen om de energiearmoede te bestrijden en te streven naar koopkrachtbehoud, met name voor de meest kwetsbare personen. In 2021 heeft de ministerraad ook beslist om de beleidsnota's van elke minister elk jaar systematisch te screenen, om te bekijken op welke manier de voorgestelde maatregelen bijdragen tot de realisatie van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.

Ik ben ervan overtuigd dat wij rekening moeten houden met indicatoren die breder en representatiever zijn voor het welzijn van de bevolking dan enkel het bruto binnenlands product of de schuldgraad. Ik heb dat in mijn rol van minister altijd voor ogen gehouden. Het maakt al 8 jaren deel uit van het programma van mijn partij. In het federaal actieplan voor een circulaire economie is een maatregel opgenomen voor de ontwikkeling van een langetermijnstrategie, om de circulaire economie te monitoren. Eén van de elementen in die strategie zal specifiek focussen op de eventuele ontwikkeling van nieuwe indicatoren. Op internationaal en regionaal niveau wordt immers ook hard gewerkt aan het thema. Het is belangrijk dat dit complementair gebeurt. De integratie in andere jaarlijkse rapportages zal ook worden besproken tijdens de ontwikkeling van de strategie, zodat toekomstige duurzame samenwerking op lange termijn mogelijk wordt.

Mijn repliek

Wij zijn er al langer van overtuigd dat we aandacht moeten hebben voor andere indicatoren dan alleen de economische groei, de schuldgraad en het bruto binnenlands product, om de stand van het land en de samenleving te beoordelen.

U wijst erop dat dit ook al jarenlang in uw partijprogramma staat. Ik weet dat, dat klopt. Ik hoop dat dit ook voor de volledige regering geldt. Wij hebben daarom al langer geleden beslist de andere indicatoren te monitoren en daarover te rapporteren. Dat gebeurt ondertussen erg grondig. Ik ben blij dat het Planbureau de resultaten jaarlijks komt toelichten in het Parlement.

Tijdens de uiteenzetting van enkele maanden geleden heeft het Planbureau echter wel aangegeven het gevoel te hebben dat het rapport en de aanbevelingen niet of onvoldoende worden meegenomen in de beleidsplannen van de regering. U verklaart dat is afgesproken dat elk beleidsplan zal worden gescreend op de SDG's en de indicatoren. Ik kijk dus uit naar de beleidsnota's in het najaar, om na te gaan of dat effectief ook het geval is. Ik dank u voor het antwoord.

Conclusie

De zorgwekkende resultaten van het rapport van het Federaal Planbureau moeten ons aanzetten tot een grondige bijsturing van ons beleid. Het oordeel van het Planbureau luidt immers dat het huidige beleid fundamenteel onhoudbaar (unsustainable) is, en dat ze het gevoel heeft dat het rapport niet voldoende opvolging kent. Momenteel ontwikkelen er meer indicatoren weg van de SDG's (negatieve trend), dan dat er indicatoren zijn die naar de SDG's evolueren. Sommige van deze trends zijn reeds geruime tijd ingezet. De vraag hoe we dit tij kunnen keren zou centraal moeten staan in elke beleidsoefening.

Zoals de minister terecht aangeeft creëerden de coronacrisis en nu de Oekraïne crisis een uitzonderlijk uitdagende omgeving om maatschappelijke vooruitgang in te realiseren. Die vooruitgang zal echter sowieso alleen mogelijk zijn indien we de blik waarmee we onze samenleving beoordelen verruimen. Het is dan ook goed dat er in de Vivaldi-regering eindelijk structurele aandacht komt voor de SDG's. Deze indicatoren bieden immers een internationaal kader waarbinnen we de duurzame ontwikkeling van samenlevingen kunnen vergelijken en opvolgen, en kunnen zo een leidraad zijn voor transformatieve politiek.

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.
Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren