26 dec 2019

Eerlijke en betere spreiding geldautomaten noodzakelijk

Het voordeel van een betere spreiding van bankautomaten is dubbel. Aan de ene kant biedt het in kernen met zeer veel bankautomaten van verschillende banken  de mogelijkheid een rationalisatie en kostenbesparing te realiseren aan de kant van de banken, en daarmee een antwoord bieden op de nood om in te zetten op de grote toename aan elektronische betaalverrichtingen. Anderzijds biedt het de garantie dat iedereen vlakbij een geldautomaat ter beschikking heeft, waardoor ook zij die nood hebben aan papiergeld ten volle kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven.



Eenieder zou binnen een redelijke afstand van zijn woning geld moeten kunnen afhalen van zijn bankrekening, als onderdeel van de basisdiensten die aan elke burger moeten worden gewaarborgd. De geldautomaat is het technische kanaal dat daarvoor momenteel het meeste wordt gebruikt. De Belgische consument haalt gemiddeld 24 keer per jaar contant geld af aan geldautomaten, voor een bedrag van gemiddeld 143 euro. Men kan er echter niet omheen dat er almaar minder geldautomaten zijn. Volgens de recentste cijfers van Febelfin telde ons land in 2015 nog 6.527 bankkantoren. In 2018 waren dat er nog 5.126. Dat is een daling van meer dan 20 procent. Met het verdwijnen van het kantoor, verdwijnt in veel gevallen ook de bijbehorende geldautomaat.

Ook 'losse' automaten, die niet verbonden zijn aan een kantoor, verdwenen. In 2015 waren er 8.754 geldautomaten, in 2018 nog 7.869, een daling van goed 10 procent. Er dreigt dus een tekort aan geldautomaten, onder meer omdat de bankinstellingen niet langer investeren in hun kantoornetwerken: de banken sluiten lokale kantoren, herstructureren hun automatennetwerk en halen de minst rendabele automaten weg. Vooral de kleine landelijke gemeenten zijn daarvan de dupe, zoals onder meer blijkt uit recente berichtgeving van De Morgen (“Als met de cash ook de automaat verdwijnt” van 4 juli 2019). Er vallen echter ook gaten in minder voor de hand liggende gebieden in grote steden. In bepaalde wijken, zoals bijvoorbeeld in Brussel-Stad (Neder-Over-Heembeek) en Molenbeek treden er problemen op die zeer gelijkaardig zijn aan deze van afgelegen kleinere woonkernen, gezien het maatschappelijke leven in een gemeente met een grote bevolkingsdichtheid niet naar behoren kan functioneren met minder dan een handvol bankautomaten.

Belang fysieke toegang tot bancaire diensten voor volwaardige participatie aan de maatschappij

Een situatie waarbij een groot deel van onze bevolking geen geldautomaat in de redelijke omgeving heeft, is onaanvaardbaar omdat zulks indruist tegen het beginsel dat alle burgers gelijk zijn. De fundamentele diensten die de burgers dagelijks gebruiken, moeten overal op het Belgische grondgebied toegankelijk zijn. Het ontbreken van dergelijke diensten doet bovendien uitschijnen dat landelijk gebied achtergesteld wordt, en het gevoel groeit dat de openbare dienstverlening er wordt verwaarloosd. Daarbij moet worden onderstreept dat één geldautomaat per gemeente zoals bpost verplicht moet voorzien , vooral voor uitgestrekte landelijke gemeentes niet volstaat voor een groot deel van de inwoners, die vaak ettelijke kilometers dienen te overbruggen. Dergelijke afstanden afleggen is met name  voor minder mobiele burgers en senioren erg moeilijk .

In cijfers van de FOD Economie (Barometer van de informatiemaatschappij, 2018)  vindt men bovendien terug dat in 2017 maar liefst 27 procent van de Belgen weinig digitale vaardigheden bezat.  Vermoedelijk ligt dit aantal nog veel hoger bij de groep van 65+ers en de oudere groep van 75+ers. Onderzoek aan de UAntwerpen (Vercruyssen, Voorstudie "Digital Ageing", 2018) toont immers aan dat heel wat senioren nog niet voldoende mee zijn met de toenemende digitalisering van administratieve en dagelijkse taken. Het ligt dus voor de hand dat binnen de Belgische bevolking er een grote overlap is tussen die burgers die moeite hebben zich grote afstanden te verplaatsen, en die burgers die zich niet in de mogelijkheid bevinden zich in de digitale wereld te bewegen. Gezien een gemakkelijke toegang tot betalingsmiddelen en de eigen rekeningen essentieel is om vlot te kunnen deelnemen aan de eigen maatschappij, dienen basisdiensten zoals de beschikbaarheid van geldautomaten over het gehele Belgische grondgebied gegarandeerd te worden. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor de bancaire sector, gezien hun klanten zo hun toegang tot hun diensten behouden.

De evolutie naar een maatschappij waar steeds meer betalingshandelingen digitaal verlopen is op de meeste vlakken een zeer positieve evolutie. Als overheid is het onze taak om het vertrouwen van de Belgen in digitale toepassingen te vergroten, om hen in de mogelijkheid te stellen de hiervoor benodigde vaardigheden aan te leren, alsook om overal cashloze betalingsmogelijkheden te garanderen.  Zolang evenwel een belangrijk deel van onze bevolking hetzij niet de mogelijkheid heeft om overal zonder cash te betalen, hetzij zelf nog niet over de vaardigheden of het vertrouwen beschikt om met cashloze betalingswijzen aan de slag te gaan, is het de taak van de overheid en de banksector om samen tot oplossingen te komen om voor iedereen toegankelijkheid tot betalingsmiddelen te voorzien.


Navolging van het succesvolle Nederlandse voorbeeld

In Nederland zien we dat sinds dit jaar een interessant initiatief wordt uitgerold, waarbij drie grote banken (ABN AMRO, ING en Rabobank) hun geldautomaten gezamenlijk onderbrengen bij één organisatie, "Geldmaat". Deze voorziet een betere spreiding van het automatennetwerk doorheen het ganse land, en neemt het engagement op dat in dunbevolkte gebieden binnen een straal van 5 kilometer een geldautomaat beschikbaar zal zijn. De oprichting van Geldmaat (vroeger GSN) was een maatregel die goeddeels op eigen initiatief van de banken tot stand kwam. De afstandsregel (binnen 5 kilometer) die zij hanteert wordt bepaald door het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB), opgericht in 2002. Medio 2018 heeft 99,55% (in 2017: 99,58%) van de Nederlandse huishoudens binnen een hemelsbrede straal van 5 kilometer toegang tot een automaat die al dan niet deel uitmaakt van een bankkantoor. Het MOB wordt voorgezeten door de Nederlandse Centrale Bank en telt onder haar leden onder meer ouderenorganisaties, de Consumentenbond en vertegenwoordigers van de detailhandel.

Om de belangen van alle betrokkenen doorheen het hele jaar te waarborgen, is een klankbordgroep Geldautomaten ingericht. Daarin nemen vertegenwoordigers van MOB-leden en andere in dit kader relevante partijen (zoals de Politie en het ministerie van Veiligheid en Justitie), de betrokken banken en Geldmaat deel. In de Klankbordgroep, die enkele keren per jaar bijeen komt, komen onder andere het plaatsingsbeleid rond bankautomaten, de functionaliteiten (incl. gebruiksgemak en toegankelijkheid daarvan) en veiligheid aan bod. Eventuele issues kunnen in het MOB worden besproken.  (Zie het recentste jaarlijkse verslag van de MOB over de bereikbaarheid van geldautomaten: https://www.dnb.nl/binaries/Tussenrapportage%20bereikbaarheid%20geldautomaten%20en%20afstortfaciliteiten%202018_tcm46-381771.pdf )

 Het voordeel van Geldmaat-project is dubbel. Aan de ene kant biedt het in kernen met zeer veel bankautomaten van verschillende banken  de mogelijkheid een rationalisatie en kostenbesparing te realiseren aan de kant van de banken, en daarmee een antwoord bieden op de nood om in te zetten op de grote toename aan elektronische betaalverrichtingen. Anderzijds biedt het de garantie dat elke Nederlander vlakbij een geldautomaat ter beschikking heeft, waardoor ook zij die nood hebben aan papiergeld ten volle kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Zo hoeven bijvoorbeeld ouderen zich niet drie bewoningskernen ver te verplaatsen, louter om over voldoende geld te beschikken om in hun eigen dorp een koffietje te drinken of naar de bakker te gaan.


In België merken we dat de banksector in dezelfde richting begint te denken en er overleg op gang komt om een betere spreiding van geldautomaten te bekomen. Dit moeten we als overheid toejuichen en ondersteunen, zonder blind het de Nederlandse criteria over te nemen.