24 okt 2019

Eindelijk zicht op een financiële transactietaks?

Meer water dan wijn?
Na acht jaar onderhandelen is er eindelijk zicht op een afgewaterde Tobintaks. Veel van de oorspronkelijke ambitie is verloren gegaan

Begin juni deed een belangrijk nieuwsbericht de ronde doorheen Europa. In België nauwelijks opgemerkt omdat pers en politiek zaten te bekomen van de verkiezingen, was het een nieuwsbericht dat eigenlijk voorpaginanieuws had moeten zijn: “Onderhandelingen bijna rond: Tobintaks zou in 2021 in werking kunnen treden.” Sterker nog: het leek er even op dat er al in oktober van dit jaar een akkoord zou kunnen komen. Bij iedereen die strijdt voor een rechtvaardiger Europa maakte het hart een sprongetje van geluk.  Maar helaas: we zijn nu eind oktober, en uit alle informatie die ik opvraag blijkt één ding: niets is zeker. Noch de inhoud, noch de begindatum, noch het aantal landen dat deel zal nemen staat vast. Nog altijd niet.

Om te beseffen hoe ongelooflijk bizar dat is, gaan we eventjes acht jaar terug in de tijd.

September 2011. De financiële crisis die sinds 2008 Europa op haar grondvesten deed daveren heeft miljoenen mensen in de problemen gebracht. De ene na de andere Europese regering heeft miljarden belastinggeld moeten ophoesten om haar banken overeind te houden. De oorzaak? Een volledig ondoorzichtig financieel systeem dat bij heel wat bankiers een eindeloze speculatie aanmoedigde met producten waarvan niemand nog echt begreep waarom ze bestonden, waarvan de waarde volledig fictief was, maar waarvan het vernietigende effect op het welzijn van de Europese burgers maar al te echt bleek. 

Als protest komen doorheen Europa mensen de straat op, waaronder de alombekende Indignados. Overal gaan stemmen op die echte democratie eisen, die pleiten voor een systeem waar alle delen van de financiële sector voor in plaats van tegen haar burgers werken, en waarin er een einde wordt gemaakt aan woekerwinsten met fictieve en schadelijke producten.

De Europese Commissie, verantwoordelijk voor het indienen van wetsvoorstellen binnen de Europese Unie, ziet dat het anders moet. Om geloofwaardig te blijven, stelt ze aan de lidstaten voor om in de EU een belasting te heffen op de handel van financiële producten. Een heel klein bedrag, dat nauwelijks opgemerkt wordt bij oprechte financiële handel, maar dat een grote impact kan hebben op speculatie die afhangt van razendsnelle en meestal computergestuurde koop en verkoop. Titel van het persbericht dat de Commissie de wereld in stuurt? “De financiële sector moet eindelijk haar billijke bijdrage betalen”. Let op: dit is niet het oordeel van één of andere actiegroep of burgerbeweging, maar van een Europese Commissie waarvan moeilijk beweerd kan worden dat ze grote, revolutionaire ideeën aanhangt.

Doel van het voorstel?  Er voor zorgen dat de financiële sector eindelijk een eerlijke belasting betaalt op haar activiteiten én speculatie ontmoedigen. Het loont de moeite om de redenering van de Commissie letterlijk over te nemen: “De EU-lidstaten hebben 4,6 biljoen (dat is 4.600.000.000.000 )  euro besteed om de financiële sector tijdens de crisis te redden.[…] Een nieuwe belasting op de financiële sector zorgt ervoor dat financiële instellingen bijdragen in de kosten voor het economische herstel en ontmoedigt riskante en onproductieve handel.”

Een voorstel met alleen maar voordelen. Een belasting die schadelijke speculatie bemoeilijkt, toekomstige crises voorkomt, en jaarlijks 57 miljard euro vrijmaakt voor gezondheidszorg, onderwijs, klimaat, … Een belasting bovendien die enkel een sector viseert die duizenden miljarden euro’s steun heeft gekregen, en er voor zorgt dat hypotheken, bancaire leningen, verzekeringspolissen en andere financiële standaardactiviteiten van personen of kleine ondernemingen volledig vrijgesteld worden zodat enkel de grote financiële instellingen de kosten dragen.

Ondanks alle voordelen schiet een meerderheid van nationale regeringen het voorstel af. Een tiental lidstaten, waaronder België, Frankrijk en Duitsland, onderhandelt samen verder. Wanneer Johan Van Overtveldt (N-VA) in 2014 minister van Financiën wordt, begint België alle vooruitgang tegen te houden. De sabotage door België werpt vruchten af, de onderhandelingen vertragen en vertragen, en in 2017 lijkt de Europese belasting op financiële transacties definitief dood.

Terug naar het heden. Na een initiatief van Frankrijk en Duitsland wordt er opnieuw onderhandeld over een voorstel om de financiële sector te doen bijdragen. Eventjes leek het erop dat de onderhandelingen in oktober 2019 – nu dus – afgerond konden worden, waardoor het hele voorstel vanaf januari 2021 echt zou beginnen kunnen werken.

Eind goed, al goed? Kunnen we door de daadkracht van deze regeringen met enige vertraging toch op beide oren slapen? Wordt speculatie nu echt moeilijker? Is de volgende financiële crisis afgewend? Komt er eindelijk een eerlijke bijdrage van financiële speculanten die we kunnen investeren in onze ziekenhuizen? Helaas. Elke nationale regering heeft zoveel aanpassingen en uitzonderingen in het nieuwe voorstel gekregen, dat het voorstel niet langer impact heeft op de gevaarlijkste financiële producten. Tot zover de ambitie om speculatie aan banden te leggen. Sterker nog, het huidige voorstel zou geen 57 miljard euro per jaar opbrengen zoals het voorstel in 2011,  ook geen 30-35 miljard zoals het voorstel van 2013, maar nog ….. 3,5 miljard. Dat is zes procent van de oorspronkelijke doelstelling. En zelfs over het invoeren van die afgewaterde taks raken de verschillende regeringen het niet eens.

Hoeveel water moet je bij de wijn doen om de wijn te doen verdwijnen? Laten we hopen dat er snel weer meer ambitie op tafel komt. Laten we hopen dat in de toekomst echt moedige ministers van Financiën zullen opstaan die ons beschermen tegen de gevaren van  speculatie. Laten we hopen op ministers die strijden voor een rechtvaardige maatschappij.