29 sep 2021

De speciale trekkingsrechten van het IMF

Tijdens de commissievergadering van 29 september 2021 heeft Dieter Van Besien de minister van financiën gevraagd naar het Belgisch beleid rond de speciale trekkingsrechten (STR) die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft uitgekeerd. Deze STR zijn een vorm van reservemunt die landen onderling kunnen uitwisselen tegen betaling. Het uitgeven van STR heeft zo de functie om schulden af te bouwen. Het IMF voorzag om door de STR de schulden van de armste landen te verkleinen, nu zij aankijken tegen het betalen van vaccinatiecampagnes en de heropbouw van hun economie post-covid. De toekenning van STR is echter gebonden aan strikte regels, die het helpen van de armste landen bemoeilijkt. Om die reden heeft Dieter Van Besien de minister ondervraagd naar zijn analyse van de situatie en zijn plannen om de aan België toegekende STR te herverdelen.

Mijn vraag aan de minister

Op 2 augustus heeft het IMF een akkoord gesloten over de uitgifte van speciale trekkingsrechten (STR) ter waarde van 550 miljard euro, en op 23 augustus heeft het deze effectief verdeeld. De historische hoge uitgifte komt er om een schuldencrisis in de armste landen te voorkomen, en om deze landen te helpen bij het financieren van de vaccinatiecampagnes en de heropbouw van hun economieën. Het bedrag is echter niet voldoende om aan nood tegemoet te komen. Deze wordt volgens het IMF geschat op 900 tot 1500 mld euroef.

Een ander probleem is dat de STR's over de 190 leden van het IMF verdeeld worden aan de hand van een vaste sleutel. Deze conservatieve verdeling gebeurt volgens het aandeel van elk land in het kapitaal van het IMF, en de meest welvarende landen hebben het grootste aandeel. Hierdoor zullen de rijke landen meer dan 50% van de middelen krijgen, de groeilanden 42% en de armste landen, waar 15% van de wereldbevolking leeft, 3,2%. België krijgt 1,35% van de rechten, twv 7,4 mld euro. Het IMF hoopt tot een akkoord te zullen komen die de STR's van de rijke landen herverdeeld naar de armste landen. Ik heb de volgende vragen voor u:

Op welke manier bent u betrokken bij de discussies over het alloceren van de aan België toegekende STR's aan de landen met schuldproblemen?

In een persbericht van 8 april 2021 stelt Minister Kitir dat de manier waarop deze middelen moeten worden ingezet, onderdeel moet uitmaken van een debat. Ik ga ervan uit dat dit debat in de schoot van het IMF plaatsvindt. Wat zal de positie zijn van België? Gelooft u dat België alle haar toegekende STR's moet doneren aan de armste landen?

Wat is uw houding binnen de regering ten aanzien van het oprichten van een fonds waarin de rijkere landen STR's kunnen bundelen, om ze vervolgens uit te keren aan de armere landen?

Hoe hoog schat u het risico in van een schuldencrisis in de armste landen en welke belangrijkste gevaren identificeert u voor ons land indien een dergelijke crisis zou voorvallen? Gelooft u dat België en Europa er alle baat bij hebben een schuldencrisis te voorkomen, aangezien er geen tijd meer te verliezen is in de globale aanpak van de biodiversiteitscrisis en de klimaatopwarming, en deze uitdagingen in ieder geval politieke stabiliteit en robuuste financiering vereisen?

Kan u de beleidsvrijheid van de Belgische federale overheid enerzijds en de NBB anderzijds toelichten wat betreft het beheren van de STR's?

Het antwoord van de minister

De covidcrisis heeft de kwetsbaarheid van de arme landen met hoge schulden gevoelig verhoogd. Indien een schuldencrisis in de armste landen ook de financieel-economisch belangrijke groeilanden zou besmetten zou de impact voor België, onder andere via de internationale handel en de geografisch verspreide productieketens, vele malen groter zijn. Op 23 augustus vond inderdaad een algemene toewijzing plaats van de speciale trekkingsrechten door het IMF, om onder meer lage-inkomenslanden te helpen. Deze STR's worden in België beheerd door de Nationale Bank en maken deel uit van de internationale reserves.

België heeft zich net als andere geïndustrialiseerde economieën geëngageerd om na te gaan hoe een deel van de toegewezen STR's verder kan worden gekanaliseerd naar arme en kwetsbare landen. Het debat vond plaats binnen het IMF en België werkte actief en constructief mee aan het ontwikkelen van dit raamwerk. Hiervoor wordt ook op Europees niveau samengewerkt. Zo besprak ik op 10 september het gebruik van STR's met mijn Europese collega's en de gouverneurs van de centrale banken tijdens de informele Ecofinmeeting in Slovenië.

Momenteel liggen er bij het IMF drie mogelijke pistes voor kanalisering ter tafel. Om haalbaar te zijn moeten die pistes telkens de reservestatus van de STR's respecteren en monetaire financiering vermijden. Daarom ben ik van mening dat de kanalisering van de STR's naar de Poverty Reduction and Growth Trust, een bestaande trust die steun biedt aan de armste landen, de beste piste is. Deze trust heeft immers reeds zijn effectiviteit bewezen en kan bovendien op vrij korte termijn gespijsd en snel aangewend worden. Hij is zo gestructureerd dat de reservestatus van de bijgedragen STR's behouden blijft. België is dan ook bereid om een bijkomende bijdrage aan de Poverty Reduction and Growth Trust te leveren.

Het IMF denkt ook aan het creëren van een nieuwe trust, de Resilience and Sustainability Trust, waarnaar de STR's gekanaliseerd zouden kunnen worden. Deze nieuwe trust zou arme en kwetsbare landen helpen bij het aanpakken van cruciale uitdagingen op lange termijn, waaronder de klimaatproblematiek en de gezondheidszorg. Als deze nieuwe trust er effectief komt en het ontwerp ervan voldoet aan de  vereisten om de reservestatus te vrijwaren en monetaire financiering te vermijden, dan is België ook hier bereid om zijn internationale verantwoordelijkheid te nemen en een bijdrage aan deze trust te overwegen.

Een derde piste om de STR's naar multilaterale ontwikkelingsbanken, in de eerste plaats de Wereldbankgroep, te kanaliseren wordt onderzocht maar ligt veel moeilijker, omdat het in dit risico een zeer grote uitdaging is om de reservestatus te vrijwaren en monetaire financiering te vermijden. Er wordt gezocht naar oplossingen, maar of die zullen worden gevonden is niet zeker.

Op relatieve termijn lijkt het dat de kanalisatie via de Poverty Reduction And Growth Trust, en eventueel ook de andere piste, optie 2, via een mogelijke nieuwe Resilience and Sustainability trust, de meest haalbare opties zijn. We zijn die dan ook verder aan het bekijken.

Mijn repliek

Ik ben er ook van overtuigd dat wij er in alle omstandigheden baat bij hebben dat andere landen worden meegenomen en dat er voldoende hulp is, ook financiële hulp, om ervoor te zorgen dat zij niet in een schuldencrisis worden geduwd. Dat is niet zomaar uit liefdadigheid, maar ook omdat zo'n crisis zware gevolgen voor ons en onze samenleving zal hebben. Laat ons die landen dus zeker niet uit het oog verliezen. Ik ben blij dat u daar ook voor pleit.

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.
Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren